TA concepten

Autonomie

Autonomie is je gedragen, denken en voelen in reactie op de werkelijkheid in het hier-en-nu, in plaats vanuit scriptovertuigingen (Stewart 1996).

Kenmerken van autonomie

Berne (1967) beschreef autonomie aan de hand van de volgende drie kenmerken:

  1. Bewustzijn: het vermogen om jezelf, anderen en de wereld te ervaren zonder interpretaties.
  2. Spontaniteit: het vermogen uiting te geven aan gevoelens en gedachten passend in de realiteit van het hier en nu. Jezelf uiten zonder jezelf te censureren én tegelijkertijd selectie weten aan te brengen.
  3. Intimiteit: het vermogen om de relatie met de andere mens vorm te geven. In het directe contact kunnen benoemen wat je voelt en ervaart.
    Ken Mellor (2008) heeft daar nog een kenmerk aan toegevoegd:
  4. Integriteit: het vermogen om integer met de ander en de wereld om te gaan.
    En afgeleid hiervan:
  5. Zingeving: het vermogen om dat wat in je leven gebeurt een plek te geven, te kunnen accepteren en de pijn daarvan te nemen. Betekenis geven aan je ervaringen.

 

Functionele model van egotoestanden

functionele model van egotoestanden, transactionele analyseHet functionele model van egotoestanden beschrijft het gebruik van egotoestanden in relatie tot anderen. Dit is voor anderen waarneembaar.

Structurerende Ouder (SO)

Gedrag vanuit de Structurerende Ouder is bijvoorbeeld kritisch, begrenzend, corrigerend of aanklagend.

Voedende Ouder (VO)

Gedrag vanuit de Voedende Ouder is bijvoorbeeld zorgzaam, helpend, steunend of betuttelend.

Volwassene (V)

Gedrag vanuit de Volwassene egotoestand is bijvoorbeeld informatie geven of gedachten en gevoelens uitdrukken in het hier en nu.

Vrije Kind (VK)

Gedrag vanuit het Vrije Kind is bijvoorbeeld spontaan, creatief, spelend, plagend of impulsief.

Aangepast Kind (AK)

Gedrag vanuit het Aangepaste Kind is bijvoorbeeld aanpassen aan de ander, verlegen, terugtrekken, mokken, aanklagen, rebels of overaanpassen.

Structurele model van egotoestanden (1e orde)

structurele model van de 1e orde, transactionele analyseHet structurele model van egotoestanden beschrijft de inhoud, wat de persoon van binnen ervaart. Dit is niet altijd voor anderen waarneembaar.

Ouder-egotoestand (O)

De Ouder egotoestand bevat onze gedachten, gevoelens en gedragingen die we hebben overgenomen van onze ouderfiguren

Volwassene-egotoestand (V)

De Volwassene-egotoestand bevat onze gedachten, gevoelens en gedragingen die een directe reactie zijn op het hier en nu.

Kind-egotoestand (K)

De Kind-egotoestand bevat onze gedachten, gevoelens en gedragingen die we herhalen uit de tijd dat we zelf nog kind waren.

Structurele model van egotoestanden (2e orde)

Ouder-egotoestand (O2)

O2 is onderverdeeld in O3, V3, K3. Dit zijn de overgenomen boodschappen van ouderfiguren
O3: bevat de boodschappen vanuit de Ouderegotoestand van ouderfiguren
V3: bevat de redenen van de ouderfiguren voor deze boodschappen
K3: onbewuste boodschappen vanuit de Kindegotoestand van de ouderfiguren

Volwassene-egotostand (V2)

V2 is niet onderverdeeld.

Kind-egotoestand (K2)

K2 is onderverdeeld in:
O1: Magische Ouder
V1: Kleine professor
K1: Somatisch kind

 

Strooks

Een strook is een eenheid van erkenning, dat kan zowel positief als negatief zijn.

Soorten strooks:

Er zijn verschillende soorten strooks:

  • Verbaal/non-verbaal
  • Positief/negatief
  • Voorwaardelijk/onvoorwaardelijk

Warme donsjes

Warme donsjes zijn strooks die:

  • Positief onvoorwaardelijk zijn of
  • Positief voorwaardelijk zijn

Deze zijn groei bevorderend.

Koude stekels

Koude stekels zijn zijn strooks die :

  • Negatief voorwaardelijk zijn of
  • Negatief onvoorwaardelijk zijn

Negatief onvoorwaardelijke strooks zijn groeibelemmerend!

En verder geldt:

  • Beter positieve dan negatieve strooks
  • Beter negatieve dan geen strooks