Als ik me gedraag op een manier die een kopie is van die van één van mijn ouderfiguren (ouders, oudere broers, zussen, ooms, tantes, oma’s, opa’s, enzovoort) dan reageer ik vanuit mijn Ouder-egotoestand. Als ik me gedraag, denk en voel in antwoord op wat hier en nu om mij heen gebeurt, oplossingsgericht en gebruikmakend van de opties die ik heb, reageer ik vanuit mijn Volwassene-egotoestand. Als ik terugkeer naar de gevoelens, het gedrag en het denken zoals ik dat als kind deed, dan reageer ik vanuit mijn Kind-egotoestand.
Rijden op een drukke verkeersweg
Stel je rijdt in je auto op een drukke verkeersweg. Telkens beoordeel je de situatie in het hier en nu. Je kijkt om je heen en in je spiegels. Je laat gas los, of remt. Je reageert oplossingsgericht en op basis van wat er nu gebeurt om je heen. Dan komt er iemand die je inhaalt, maar heel kort voor jou onbenullig invoegt. Hij snijdt je af. Eerst reageer je op wat gebeurt. Je kijkt in je spiegel en remt om een botsing te voorkomen. Dit is allemaal een volwassene egotoestand. Zodra de andere chauffeur uit het zicht verdwijnt, schudt je je hoofd en kijkt naar je medepassagier. “zulke mensen zouden geen auto mogen rijden!”. Nu ben je naar je Ouder egotoestand gegaan. Toen je klein was, zag je je vader dit soort uitspraken maken in zulke situaties. Vervolgens besef je dat door de drukte op de weg je te laat gaat komen op je werk. Dat net terwijl je een belangrijke afspraak hebt met je baas. De moed zinkt je in je schoenen en je raakt een beetje in paniek. Nu kom je in een Kind egotoestand. Je bent in contact gekomen met herinneringen over hoe het vroeger ging als je te laat kwam op school. Als reactie hierop, bedenk je dat je baas een redelijk mens is en zal begrijpen wat er is gebeurd. Je keert terug naar je Volwassene egotoestand.
Definitie
Eric Berne definieerde een egotoestand als een consistent patroon van voelen en ervaren dat direct samengaat met een overeenkomstig consistent patroon van gedragingen.
Egodiagram
Eric Berne heeft de 3 egotoestanden getekend in een model, dat sedertdien veel gebruikt wordt. Egotoestanden kan je zien aan mensen. Je kan zien of iemand zich in een bepaalde egotoestand begeven heeft. Dat gaat over gedrag dat je kan analyseren. Dat is ook het nut van dit hele verhaal over egotoestanden. Je kan leren herkennen in welke egotoestand je verkeert en vervolgens opties creëren om conform die egotoestand te reageren of op een andere manier. Eric Berne constateerde dat de ouder egotoestand uitgesplitst kan worden in:
Ouder
- Structurerende Ouder: dit is de normatieve, kaderstellende, bestraffende ouder: “ik wil dat je nu naar je kamer gaat”.
- Verzorgende Ouder: dit is de ouder die helpt, ondersteunt en verzorgt: “ach, arme jongen, wat vervelend voor je. Zal ik een pleister op je knie plakken?”
Volwassene
De Volwassene egotoestand is oplossingsgericht en reageert vanuit het hier en nu met gebruikmaking van zijn gevoelens, gedachten en overtuigingen. Het meest is dit herkenbaar door de open vragen die de volwassene stelt: Wat bedoel je? Hoe komt het dat… etc.
Kind
De Kind egotoestand kan opgesplitst worden in:
- Natuurlijk Kind: het reageren op pijn, verdriet, plezier. Lachen, huilen, plagen.
- Aangepast Kind: het kind dat reageert op de bestraffende woorden van de ouder: “ja maar, ik deed echt mijn best hoor”. Het kind dat gewend is zich te voegen naar de ouders.
In een egodiagram ziet dat er zo uit:

Structurele en functionele egotoestanden
De binnenkant van iemand; zijn gevoelens en overtuigingen, is lastig waar te nemen. We kunnen wel zien hoe iemand zich gedraagt en daar een diagnose op loslaten betreffende de egotoestand. Een diagnose kan door te letten op wat je ziet: woorden, intonatie, gebaren, mimiek, houding. Dat is de gedragsdiagnose. Deze kan je controleren door de historie van de persoon erbij te betrekken, door te kijken naar je eigen gedrag (vaak merk je dat je eigen gedrag beïnvloedt is door het gedrag van de ander of door het gedrag van nu te spiegelen aan het gedrag van een ouder of kind van toen. Dat laatste kan je doen door bijvoorbeeld de client te vragen om de rol van zijn of haar ouder te spelen. De client zal op dat moment in een ouderrol schieten. Je kan dan de bijpassende egotoestand herkennen. In dit plaatje zie je de binnenkant.
Ouder: je ziet meerdere functionele egodiagrammen binnen in de Ouder staan. Die vertegenwoordigen als het ware een archiefkast met ouderfiguren in jouw binnenkant. De manieren waarop bepaalde ouderfiguren tegen jou praten kunnen door je op het gewenste moment uit het laatje worden getrokken om te worden gebruikt.
Kind: In dit plaatje zijn een soort van jaarringen zichtbaar in het Kind-deel van het egodiagram. Dit zijn alle verzamelingen aan Kindreacties, zoals pijn, verdriet, plezier,
Geïntegreerde volwassene: In je binnenste kan je voortdurend vanuit je volwassene samenwerken met de ervaringen die ouderfiguren en kindreacties meebrengen. Zo combineer je ervaringen met gevoel en heb je de mogelijkheid om een geïntegreerd volwassene reactie te genereren. Deze reactie zal zichtbaar zijn (zie de stippellijntjes naar het functionele diagram) als een reactie die zich normaal gesproken zal uiten als een volwassen reactie met positieve kritische ouder of verzorgende ouder aspecten of positieve natuurlijk of aangepast kind aspecten.
Het structurele model
Het structurele model zit in je binnenwereld. Dat kun je niet zo snel zien aan je gedrag. Het gaat over jouw overtuigingen. Zie het maar als een soort van archiefkast vol met ervaringen, herinneringen aan gevoelen, gedachten en gedragingen die je onbewust herhaalt. Hoe jouw structurele egotoestanden in elkaar steken, kun je achterhalen door deze te diagnosticeren. Daar heeft jouw Transactionele Analist middelen voor!
De Structurele analyse van de egotoestanden van de 1e orde is de eenvoudige versie waarbij alleen Ouder, Volwassene en Kind beschreven zijn.
Het hieronder beschreven model heet Structurele Egotoestanden van de 2e orde. Het is een verdieping op de 1e ode.
De structurele analyse van de 3e orde wordt niet vaak beschreven in de TA. Het gaat om een verdere verdieping van de 2e orde.
In de structurele analyse van de egotoestanden 2e orde zie je dat in je Ouder egotoestand allemaal manieren van doen van je ouders of ouderfiguren zijn opgeslagen.
Als je zelf inmiddels ouder bent geworden, herken je misschien dat je af en toe denkt: “Verhip….. nu praat ik net als mijn vader/moeder.” Onbewust heb je de neiging om die opgeslagen gedragingen te herhalen!
De Volwassene is de Volwassene. Die is ook in je structurele aard niet onderverdeeld. Je registreert de werkelijkheid vanuit een zo objectief mogelijk perspectief. Je vergelijkt je registratie van wat er gaande is buiten jezelf en binnen jezelf en kiest.
Jouw Kind-toestand heeft een Ouder, Volwassene en Kind in zich.
De Ouder in je Kind heet ook wel je Magische Ouder. Boodschappen van je ouders of ouderfiguren heb je opgeslagen en daarbij dacht je als klein kind magisch: je ouders konden alles! Als ze bijvoorbeeld zeiden dat ze een knoop in je hoofd zouden leggen om je te helpen onthouden, dan wist jij zeker dat ze dat ook werkelijk zouden doen.
Het Kind in je Kind wordt het Somatische Kind genoemd. Deze egotoestand is vanaf je geboorte aanwezig. Het vertegenwoordigt jouw aanleg en jouw aangeboren temperament.
Dan de Volwassene in je Kind. Het bevat de strategieën die je als klein kind hanteerde om met de beperkte middelen die je had problemen op te lossen en zo logisch mogelijk te redeneren. Het is ook jouw intuïtie.
De Kleine Professor die jij was; als klein kind, was dus heel intuïtief, creatief en vol met verrassende ideeën, gedachten en oplossingen. Nu nog, wanneer je een gevoel in je onderbuik hebt over iemand die je zojuist voor het eerst ontmoet, is het je Kleine Professor die actief is en je een bepaald gevoel over die persoon geeft. De uitingen van je Kleine professor brengen je nu dus soms ernstig in verwarring. Dan wordt hij de verhalenverteller!
De Kleine Professor en zijn verhalen
Toen jij als klein kind in onbekende situaties terecht kwam en jij er een oplossing voor moest verzinnen, beschikte je over een zeer beperkte hoeveelheid aan informatie, kennis en vaardigheden. Toch moest die oplossing komen. De Volwassene in jouw Kind egotoestand maakte van die beperkte hoeveelheid informatie, kennis en vaardigheden een verhaal dat jij begrijpen kon. Een verhaal dat je kon vastgrijpen en dat de wereld op dat moment voor jou begrijpbaar maakte.
Dat verhaal dat je opmaakte uit de gebeurtenis zit nog steeds in je. Soms, als je in een bepaalde situatie terecht komt, dan pikt jouw Volwassene in je Kind dat verhaal op en gaat die voor jou uittekenen. De situatie herken je vaak als een situatie die je angstig maakt. Een situatie waarin je Kind egotoestand actief wordt.
De Volwassene versus de Volwassene in je Kind
Mogelijk dat je gaandeweg dit artikel denkt: “hey, maar ik heb toch ook een Volwassene, waarom springt die niet aan het werk?”
Dat zit zo: in de egotoestanden gaat het heel snel. Je kunt in je onbewuste voelen, denken en doen heel snel springen van egotoestand naar egotoestand.
Wanneer je heel bewust in deze situatie (die van dat moeilijke gesprek) zou zijn, dan zou je niet naar de egotoestand gaan die je feitelijk niet helpt. Dan zou je de Volwassene inschakelen. Die zou je in het Hier en Nu, met alles wat je nu tot je beschikking hebt aan gevoelens, gedachten en overtuigingen tot een oplossing komen die je effectief verder helpt. Dat is tenslotte het kenmerk van de Volwassene.
De Volwassene in je Kind is creatief, intuïtief en kan fantastische out-of-the-box ideeën bedenken. Aan de andere kant maakt deze ook verhalen op basis van veel te weinig informatie en bedriegt je zo met oplossingsrichtingen die je niet helpen.
Doordat je angst voelde, ben je onbewust in je Kind egotoestand gekomen. En daar zit je nu. De Volwassene in je Kind gaat helemaal los op het probleem met zijn incorrecte oplossingen, creaties en ideeën. Omdat het onbewust is, ga je er ook op deze manier op acteren. Je gaat doen wat de Volwassene in je Kind bedacht heeft.
Het hiervoor omschreven patroon herhaalt zich soms jarenlang en kan mensen soms (mede) op de rand of over de rand van burnout brengen.
Bronnen
- Handboek Transactionele Analyse | Stewart en Joines, 1996. ISBN 90 6665 203 9.
- Leerboek TA | Thunnissen / De Graaf.

